ECLI:NL:RBDHA:2024:19296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ten onrechte opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel en toekenning schadevergoeding
Eiseres kreeg op 21 maart 2023 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij zij verplicht werd zich te melden in de VBL. De maatregel werd op 18 april 2023 opgeheven na toekenning van een voorlopige voorziening, waardoor eiseres vanaf dat moment rechtmatig verbleef.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel achteraf onterecht was opgelegd. De minister erkende dat eiseres zich zes keer meldde in de VBL en dat zij alleen voor die dagen recht heeft op schadevergoeding. Eiseres vorderde een volledige vergoeding over de gehele periode, onder verwijzing naar stress en reiskosten, maar kon niet aantonen dat zij zich op alle dagen meldde of daadwerkelijk verbleef in de VBL.
De rechtbank volgde de minister en kende een schadevergoeding toe van €25 per dag voor zes dagen, totaal €150. Daarnaast werd de minister veroordeeld in de proceskosten van €1.312,50. Het beroep werd daarmee gegrond verklaard en de Staat veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens onrechtmatige vrijheidsbeperking.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de Staat tot betaling van een schadevergoeding van €150 voor zes dagen onrechtmatige vrijheidsbeperking.