ECLI:NL:RBDHA:2024:19221
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet-betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat verweerder alsnog een positief besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het griffierecht van €184,- niet binnen de gestelde termijn was betaald, ondanks herinneringen en aanmaningen. Er was geen verontschuldiging voor het niet betalen van het griffierecht.
Op grond van artikel 8:41 Awb Pro is het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het ingetrokken beroep niet-ontvankelijk was.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is op 30 april 2024 openbaar bekendgemaakt door rechter A. Skerka.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het griffierecht niet tijdig is betaald en het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.