ECLI:NL:RBDHA:2024:19220

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 april 2024
Publicatiedatum
21 november 2024
Zaaknummer
NL24.1668
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn asielaanvraag

Verzoeker heeft op 16 januari 2024 beroep ingesteld tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat niet tijdig was beslist op zijn asielaanvraag. Nadat verzoeker in beroep was gegaan, heeft de Staatssecretaris op 13 februari 2023 alsnog besloten de aanvraag in te willigen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om de proceskosten te vergoeden.

De rechtbank overweegt dat verweerder geen bezwaar maakt tegen vergoeding van de proceskosten. Omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, is vergoeding van proceskosten op zijn plaats. Gelet op het Besluit proceskosten bestuursrecht en het feit dat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, wordt een vast bedrag toegekend. Vanwege het beperkte geschilpunt (alleen overschrijding beslistermijn) wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.

De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N. Khalloufi op 11 april 2024, zonder zitting.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.1668
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. C.E. Stassen-Buijs), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.¹ Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.²
3. Verzoeker heeft op 16 januari 2024 beroep ingesteld, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag. Op 13 februari 2023 heeft verweerder aan verzoeker laten weten zijn aanvraag in te willigen. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van de verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
5. Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Khalloufi, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 april 2024

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.