Uitspraak
Rechtbank den haag
eiser,
gedaagde.
Rechtbank Den Haag
De meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag heeft op 4 januari 2024 een verzoek tot verschoning van een rechter behandeld. Het verzoek was ingediend door mr. A. Drahmann, die belast was met de behandeling van de hoofdzaak tussen het College van Burgemeester en Wethouders van Den Haag en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Het verzoek tot verschoning was gebaseerd op het feit dat de rechter in haar voormalige dienstbetrekking betrokken was geweest bij de zaak, wat aanleiding gaf tot een schijn van partijdigheid. De verschoningskamer overwoog dat hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden zoals eerdere betrokkenheid een terechte vrees voor vooringenomenheid kunnen rechtvaardigen.
Gezien deze omstandigheden werd het verzoek tot verschoning toegewezen om de schijn van partijdigheid te vermijden. De behandeling van de hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek. Een afschrift van deze beslissing is toegezonden aan alle betrokken partijen.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.