ECLI:NL:RBDHA:2024:19182
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoekster heeft een aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. De minister heeft dit besluit aangevuld met een aanvullend besluit.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 19 november 2024 behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL24.39352) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. De minister wordt wel veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 875,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener vanwege de verleende toevoeging.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,-.