ECLI:NL:RBDHA:2024:19173
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na bodemuitspraak
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk is verklaard bij besluit van 9 oktober 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 19 november 2024, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren. De minister werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Omdat de bodemzaak (zaaknummer NL24.40398) inmiddels is beslist, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af.
Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Deze vergoeding wordt betaald aan de rechtsbijstandverlener omdat verzoeker een toevoeging heeft ontvangen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van € 875,00 aan proceskosten.