ECLI:NL:RBDHA:2024:1909
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak vanwege verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de bodemzaak op 9 februari 2024. Na de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL23.40164) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de verweerder tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.750,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter S. Ketelaars - Mast en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de verweerder is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.750,-.