ECLI:NL:RBDHA:2024:19081
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte bedreigingen en gerichte aanslag
Eiser, van Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na bedreigingen door de paramilitaire Badr-organisatie en een vermeende gerichte bomaanslag in Irak. Hij vluchtte via Syrië en Turkije naar Nederland, waar hij politiek actief was en bedreigingen ontving. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het risico op persoonlijke aanslagen en bedreigingen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld bij het horen van eiser, waaronder de inzet van een Arabische tolk. Het gerichte karakter van de bomaanslag wordt niet aannemelijk geacht, mede omdat meerdere stembureaus doelwit waren en eiser niet kan specificeren waarom de aanslag specifiek op hem gericht was. Ook acht de rechtbank de bedreigingen vanwege politiek activisme niet aannemelijk, omdat eiser anoniem opereerde en na de bedreigingen nog jaren zonder problemen in Turkije verbleef.
Verweerder mocht bovendien het ontbreken van concrete aanwijzingen en inconsistenties in het relaas meewegen. De overgelegde whatsappberichten en het arrestatiebevel werden weliswaar betrokken, maar hun authenticiteit en inhoud boden onvoldoende grond voor een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.