ECLI:NL:RBDHA:2024:19077
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse LHBTI-aanvrager wegens ongeloofwaardigheid
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan wegens vervolging in Nigeria vanwege zijn seksuele gerichtheid. Hij stelde mishandeling en verbanning uit zijn dorp te hebben ondervonden na ontdekking van zijn relatie met een man.
Verweerder achtte de identiteit geloofwaardig, maar vond het asielrelaas over de seksuele gerichtheid en de daaraan verbonden problemen ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdige, summiere en oppervlakkige verklaringen. Verweerder wees op onvoldoende inzicht in de ontwikkeling van de gevoelens, wisselende verklaringen over relaties en ongerijmdheden over de omgang met zijn oom en de verbanning.
Eiser voerde in beroep aan dat verweerder zijn verklaringen uit verband had gerukt en onvoldoende gemotiveerd had dat deze tegenstrijdig waren. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de ongeloofwaardigheid had vastgesteld en dat het vervallen van een tegenwerping niet tot een ander oordeel leidt. Het beroep werd ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit en het inreisverbod bleven van kracht. De rechtbank legde een proceskostenveroordeling op van €437,50.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.