ECLI:NL:RBDHA:2024:19073

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
19 november 2024
Zaaknummer
NL24.40622
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens niet-ontvankelijkheid

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 12 november 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was vanwege verhindering. De minister werd vertegenwoordigd door gemachtigden.

De rechtbank heeft in een uitspraak op dezelfde dag het beroep ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af zonder proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier M.C. Drenten-Boon, en is definitief omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40622

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. G.J. van Kammen),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).

Procesverloop

Bij besluit van 17 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met zaak NL24.40621, op 12 november 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.40, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten-Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.