Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
duizendzevenhonderdvijftig euro).
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, kreeg op 1 november 2024 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd vanwege het risico dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken. Eiser stelde dat hij onnodig langdurig werd gelicht voor een gehoor op een verder gelegen locatie en dat hij onjuist geïnformeerd was over kosteloze rechtsbijstand. Daarnaast klaagde hij over een schending van de informatieplicht jegens zijn gemachtigde.
De rechtbank oordeelde dat de keuze voor de locatie van het gehoor gerechtvaardigd was vanwege capaciteitsgebrek en dat de informatie over rechtsbijstand juist was, conform het arrest Boudjlida van het Hof van Justitie van de EU. Hoewel de gemachtigde van eiser te laat werd geïnformeerd over het terugkeerbesluit en inreisverbod, leidde dit niet tot belangen- of rechtsbeperking van eiser. Dit gebrek werd gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten aan eiser ter hoogte van €1.750, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het vonnis is op 19 november 2024 gewezen door rechter E.F. Bethlehem.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.750.