ECLI:NL:RBDHA:2024:18768
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing ondertoezichtstelling na onvoorwaardelijke PIJ-maatregel aan minderjarige
De gecertificeerde instelling verzocht om opheffing van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds augustus 2024 een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd heeft gekregen. De minderjarige verblijft in een instelling waar hij passende begeleiding ontvangt die verder gaat dan de pedagogische interventies van de gecertificeerde instelling. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, is niet verschenen bij de zitting en heeft geen contact met de minderjarige.
De kinderrechter overwoog dat de gronden voor ondertoezichtstelling volgens artikel 1:255 BW Pro niet langer aanwezig zijn. De PIJ-maatregel voorziet in de noodzakelijke hulpverlening en verblijfplaats tot meerderjarigheid. De verstoorde relatie tussen moeder en minderjarige en het ontbreken van contact maken de rol van de gecertificeerde instelling in de ondertoezichtstelling overbodig.
Daarom werd het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling toegewezen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beslissing werd op 30 oktober 2024 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter M.P. Meeuwisse.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt opgeheven wegens het ontbreken van de wettelijke gronden na oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.