Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2024 in de zaak tussen
[naam], eiseres
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft namens haar zoon, die onder curatele staat en een Wajong-uitkering ontvangt, een aanvraag ingediend voor een eenmalige energietoeslag. De zoon woont bij zijn ouders en betaalt kostgeld voor huur, energie en levensonderhoud. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat de zoon niet de hoofdbewoner is van het adres.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres beoordeeld zonder zitting, waarbij zij het beroep ongegrond verklaart. De rechtbank overweegt dat de gemeente beleidsvrijheid heeft bij het toekennen van de energietoeslag en dat de zoon niet tot het huishouden wordt gerekend omdat hij geen hoofdbewoner is.
Hoewel de zoon kostendeler is en de energiekosten hoger zijn door zijn aanwezigheid, is dit onvoldoende om hem recht te geven op de toeslag. De rechtbank bevestigt dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten de aanvraag af te wijzen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de energietoeslag wordt ongegrond verklaard omdat eiseres zoon geen hoofdbewoner is.