De rechtbank Den Haag behandelde het beroep tegen het plaatsingsbesluit van 16 maart 2023, de vrijheidsbeperkende maatregel van 17 maart 2023 en de ROV-maatregel van 22 april 2023 betreffende een asielzoeker die in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen was geplaatst. De eiser overleed op 19 mei 2024, waarna zijn erfgenamen de procedure voortzetten. De rechtbank stelde vast dat het COa en de minister niet aan hun vergewisplicht hadden voldaan, omdat het advies van GZA Hoogeveen onvoldoende was gemotiveerd en onduidelijk was over de acute psychiatrische toestand van eiser.
De rechtbank oordeelde dat het plaatsingsbesluit en de daarop gebaseerde vrijheidsbeperkende maatregel onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd waren genomen, waardoor deze besluiten vernietigd werden. Ook het beroep tegen de ROV-maatregel werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens het ontbreken van een grondslag na vernietiging van het plaatsingsbesluit.
De rechtbank erkende dat eiser onrechtmatig in zijn bewegingsvrijheid was beperkt gedurende 45 dagen, wat immateriële schade veroorzaakte. De Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.125,- aan eiser. Tevens werden het COa en de minister ieder voor de helft veroordeeld in de proceskosten van €2.625,-. Tegen het besluit tot vrijheidsbeperking staat geen rechtsmiddel open, tegen de andere besluiten kan hoger beroep worden ingesteld.