Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit was gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Nederland Duitsland als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen.
Eiser voerde aan dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid had moeten gebruiken om het verzoek over te nemen, mede omdat hij geen informatie had ontvangen over de afwijzing van zijn eerdere aanvraag in Duitsland en hij risico liep op indirect refoulement. De rechtbank oordeelde dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit niet op hem van toepassing is.
De rechtbank nam ook mee dat Duitsland met het claimakkoord van 28 mei 2024 heeft gegarandeerd dat de asielaanvraag van eiser conform Europese richtlijnen wordt behandeld, inclusief een individuele beoordeling van het risico op refoulement. De stelling van eiser dat zijn bezwaren onvoldoende zijn meegewogen werd niet nader onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.