Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam], verzoeker,
[naam 5], minderjarig kind,
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, allen van Turkse nationaliteit, hebben asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris niet in behandeling zijn genomen omdat Kroatië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van hun aanvragen. Verzoekers stelden beroep in tegen deze besluiten en vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 12 februari 2024, waarbij partijen verschenen en werden bijgestaan door gemachtigden en een tolk. Tegelijkertijd werden soortgelijke zaken behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak in de parallelle zaken een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen.