Partijen, ex-echtgenoten, sloten een echtscheidingsconvenant waarin financiële afspraken werden vastgelegd, waaronder verrekening van privévermogen en kosten van de huishouding. De vrouw stelde dat zij bij het aangaan van het convenant had gedwaald over de wijze waarop een schenking van de ouders van de man was aangewend en dat zij bepaalde bedragen dubbel had betaald. Zij vorderde diverse betalingen van de man.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw, als advocaat gespecialiseerd in familierecht, voldoende kennis had om de financiële situatie te doorgronden en dat de informatie over de lening en rente duidelijk was. Het beroep op dwaling faalde omdat de vrouw onvoldoende aannemelijk maakte dat zij bij juiste informatie het convenant niet zou hebben gesloten. Ook het beroep op onvoorziene omstandigheden werd verworpen.
Van de vorderingen werden drie toegewezen: terugbetaling van €600 wegens onverschuldigde betaling, €214,95 wegens ongerechtvaardigde verrijking door ongelijke verdeling van negatieve rente, en €613,99 wegens kosten containerhuur door achtergelaten inboedel. De overige vorderingen werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.