ECLI:NL:RBDHA:2024:18276

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 november 2024
Publicatiedatum
8 november 2024
Zaaknummer
NL24.34422
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet volgelopen dwangsom bij niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank beoordeelt ambtshalve het procesbelang van eiser en concludeert dat dit ontbreekt. Eerder was al een dwangsom opgelegd aan verweerder om binnen acht weken te beslissen, met een maximum van € 7.500,-.

Omdat eiser zijn opvolgend beroep heeft ingediend voordat de volledige dwangsom was volgelopen, kan hij niet in een gunstiger positie worden gebracht. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Eiser wordt erop gewezen dat hij na het verstrijken van de termijn en het vollopen van de dwangsom een nieuw beroep kan instellen.

De rechtbank wijst de proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier A.S.J.I. Hendrickx op 7 november 2024 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet volgelopen zijn van de dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.34422

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft. Hiervoor is het volgende van belang.
2. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft op 5 juli 2024 (NL24.12714) het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard, verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen op de aanvraag op straffe van een dwangsom van
€ 100,- per dag, met een maximum van € 7.500,-. Dat betekent dat verweerder uiterlijk op 2 september 2024 een beslissing had moeten nemen op eisers aanvraag. Dat betekent ook dat verweerder pas sinds 2 september 2024 een dwangsom verbeurt van € 100,- per dag. Er kan pas een opvolgend beroep worden ingediend als de door de rechtbank opgelegde termijn is verstreken en de hierbij opgelegde rechterlijke dwangsom is volgelopen.
3. Eiser heeft een opvolgend beroep ingediend bij de rechtbank op 3 september 2024. Op dit moment was de volledige dwangsom van € 7.500,- als gevolg van de eerdere uitspraak van de rechtbank nog niet volgelopen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat eiser redelijkerwijs niet in een gunstiger positie kan komen en is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder niet-ontvankelijk. Indien de volledige dwangsom van € 7.500,- is volgelopen, staat het eiser vrij een nieuw beroep tegen het niet tijdig beslissen in te dienen.
4. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Eiser heeft geen procesbelang bij het door hem ingestelde beroep tegen het niet tijdig beslissen op de ingediende asielaanvraag.
5. Verweerder hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 7 november 2024 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.