Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
Gelet op het voorgaande vindt de minister eisers bekering tot het christendom nog altijd ongeloofwaardig.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in na eerdere afwijzingen, waarbij hij stelde dat hij geloofsgroei had doorgemaakt sinds zijn bekering tot het christendom. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat de verklaringen van eiser over zijn geloofsgroei onvoldoende geloofwaardig waren en onvoldoende samenhang vertoonden.
De rechtbank oordeelde dat de minister het bestreden besluit onvoldoende had gemotiveerd, met name door niet in samenhang te beoordelen wat eiser in de vorige en huidige procedures had verklaard over zijn bekering en geloofsgroei. De rechtbank stelde vast dat eiser een proces van geloofsontwikkeling had doorgemaakt, waaronder een doop in 2022, en dat hij sindsdien actief zijn geloof uitdraagt en evangeliseert.
De rechtbank vond dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom deze verklaringen niet geloofwaardig zouden zijn, en dat de minister ook niet duidelijk had gemaakt wat hij concreet onder evangeliseren verstaat. Daarnaast was de motivering over de vrees van eiser voor zijn familie bij terugkeer naar Irak onvoldoende onderbouwd.
Gelet op deze motiveringsgebreken verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, met opdracht tot nieuw besluit binnen acht weken.