ECLI:NL:RBDHA:2024:18048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging Roma uit Moldavië
Eisers, een gezin met Moldavische nationaliteit en van Roma-etniciteit, vroegen asiel aan vanwege vermeende discriminatie, financiële problemen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van de man. De minister wees de aanvragen op 29 juli 2024 af wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging.
De rechtbank behandelde het beroep op 7 oktober 2024 en oordeelde dat hoewel de Roma-etniciteit problemen oplevert, deze niet zo ernstig zijn dat eisers maatschappelijk en sociaal niet kunnen functioneren. De minister stelde vast dat eisers toegang hadden tot identiteitsdocumenten, scholing en huisvesting en dat er geen bewijs was van uitsluiting van de arbeidsmarkt of medische zorg.
De financiële problemen van eiseres vanwege een krediet werden als ongeloofwaardig beoordeeld, mede door vage verklaringen en onvoldoende onderbouwing. De vermeende voorwaardelijke gevangenisstraf van eiser werd eveneens niet geloofwaardig geacht, omdat de overgelegde meldplicht niet authentiek kon worden geverifieerd en andere bewijsstukken ontbraken.
Eisers wilden nog aanvullende documenten overleggen, maar besloten deze eerst aan hun gemachtigde te sturen voor verdere beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de bestreden besluiten in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.