Uitspraak
Rechtbank den haag
eiser,
gedaagde,
1.De procedure
2.Het verschoningsverzoek
de rechter
Rechtbank Den Haag
De meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag heeft op 31 oktober 2024 een verzoek tot verschoning van mr. C.W.D. Bom, de rechter belast met de hoofdzaak, behandeld. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat een procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke kennissenkring van de rechter.
De kamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, maar dat uitzonderlijke omstandigheden zoals persoonlijke relaties aanleiding kunnen geven tot een terechte vrees voor vooringenomenheid. Ook de uiterlijke schijn van partijdigheid speelt hierbij een rol.
Gezien de aangevoerde omstandigheden achtte de kamer het verzoek terecht en wees het toe om de schijn van partijdigheid te voorkomen. De behandeling van de hoofdzaak wordt daarom overgenomen door een andere rechter en voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek.
De beslissing is genomen in raadkamer door de drie rechters en de griffier, en een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan de betrokken partijen en de rechter zelf.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.