Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant] , opposant
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzet van opposant tegen de uitspraak van 2 oktober 2024 waarbij het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling. Opposant stelde dat op basis van door de minister verstrekte informatie mocht worden vertrouwd dat de beslistermijn was verstreken, maar de rechtbank oordeelde dat de wettelijke beslistermijn leidend is en niet de door de minister aangekondigde termijn.
De rechtbank overwoog dat artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een vereenvoudigde afdoening mogelijk maakt indien het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. Bij verzet wordt alleen getoetst of er redelijke twijfel bestaat over het oordeel in de aangevallen uitspraak. De inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden vindt alleen plaats als het verzet gegrond wordt verklaard.
De rechtbank volgde de door opposant genoemde eerdere uitspraak niet en stelde dat de ingebrekestelling pas na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn kon worden ingediend. Omdat dit op het moment van indiening nog niet het geval was, was de ingebrekestelling prematuur. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bleef in stand.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en is definitief, hoger beroep of verder verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend.