ECLI:NL:RBDHA:2024:1798
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vanwege Dublinverordening en Kroatië-verantwoordelijkheid
Eiser, van Egyptische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep van eiser op 23 januari 2024 behandeld en verklaart het ongegrond.
Eiser stelde onder meer dat Kroatië niet betrouwbaar is vanwege pushbacks en dat hij mogelijk alleen een opvolgende aanvraag in Kroatië kan indienen, wat een versnelde procedure tot gevolg zou hebben. Ook voerde hij aan dat hij vanwege medische omstandigheden niet had mogen worden gehoord. De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd voor een reëel risico op een schending van zijn rechten bij overdracht aan Kroatië.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen en oordeelt dat het horen van eiser zonder medisch advies niet onzorgvuldig was. Ook is onvoldoende onderbouwd dat eiser in Kroatië een asielaanvraag heeft ingediend of dat hij een asielvergunning in Griekenland bezit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.