Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 17 maart 2024 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid. De minister van Asiel en Migratie ontving deze aanvraag op 19 maart 2024 en diende binnen 90 dagen te beslissen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiseres stelde de minister op 20 juni 2024 schriftelijk in gebreke, waarna zij meer dan twee weken later beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht en gegrond is omdat de minister niet tijdig heeft beslist.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslissing wordt vertraagd, met een maximum van €7.500. Daarnaast moet de minister het door eiseres betaalde griffierecht van €187 vergoeden.
De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die een langere beslistermijn rechtvaardigen en wijst het verzoek daartoe af. Het beroep is daarmee gegrond verklaard en de niet tijdige besluitvorming vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.