ECLI:NL:RBDHA:2024:17900
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht aan Bulgarije in Dublinprocedure
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening die de overdracht aan Bulgarije zou verbieden totdat op zijn beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek geen spoedeisend belang heeft. De geplande overdracht op 22 oktober 2024 betreft een gefaciliteerd vertrek, een vrijwillige vertrekregeling die niet gedwongen wordt afgedwongen. Verzoeker kan zelf bepalen of hij meewerkt aan de overdracht, en bij weigering zal geen gedwongen overdracht plaatsvinden.
Daarom is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De mogelijkheid dat in de toekomst wel een gedwongen overdracht kan plaatsvinden, verandert dit oordeel niet. Het verzoek wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht aan Bulgarije wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.