ECLI:NL:RBDHA:2024:17877
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser diende op 7 oktober 2023 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 7 april 2024 eindigen. Echter, met de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2023/3 is deze termijn verlengd met negen maanden tot 7 januari 2025. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is vanwege de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
Eiser stelde op 10 april 2024 een ingebrekestelling op, maar deze was te vroeg omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken.
De rechtbank oordeelt daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens prematuriteit van de ingebrekestelling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 30 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.