ECLI:NL:RBDHA:2024:17870
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last beëindiging permanente bewoning bedrijfspand toegewezen
Verzoeker woont illegaal in een bedrijfspand op een perceel met bestemming 'Bedrijventerrein', waar wonen niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan. Het college heeft hem gelast de permanente bewoning binnen zes maanden te beëindigen, een besluit dat na bezwaar is gehandhaafd. Verzoeker stelde dat hij op straat komt te staan als hij het pand moet verlaten en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateert dat er geen uitdrukkelijke toezegging is gedaan dat verzoeker mocht wonen op het bedrijfspand en dat ook het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden, omdat ook tegen anderen handhavend wordt opgetreden. Hoewel verzoeker naar verwachting in de bodemprocedure geen gelijk zal krijgen, weegt het belang van verzoeker bij het treffen van een voorlopige voorziening zwaarder dan het belang van het college.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst tot de uitspraak op het beroep, zodat verzoeker de tijd krijgt om alternatieve woonruimte te vinden. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het bestreden besluit is geschorst tot de uitspraak op het beroep, waardoor verzoeker voorlopig in het bedrijfspand mag blijven wonen.