ECLI:NL:RBDHA:2024:17852
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermenswaardig familieleven
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende man, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland op grond van verblijf bij een familie- of gezinslid, zijn meerderjarige zoon (referent). Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van beschermenswaardig familieleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen hem en zijn zoon. Hoewel er een emotionele band bestaat, is deze niet zodanig hecht dat zij door de scheiding niet zelfstandig kunnen functioneren. Medische stukken en verklaringen ondersteunen dit oordeel, en ook de zelfstandige woonsituatie van de zoon weegt mee.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.L. Roubos en griffier S.E. Harms op 27 augustus 2024 te Haarlem.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.