ECLI:NL:RBDHA:2024:1781
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak uitstel van vertrek
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 26 oktober 2023, waarbij de aanvraag van de verzoeker om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet is afgewezen. Tevens is een terugkeerbesluit uitgevaardigd en kan de verzoeker worden uitgezet.
De verzoeker heeft zowel beroep ingesteld als een voorlopige voorziening gevraagd. De rechtbank heeft op 1 februari 2024 het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening inhoudelijk behandeld. De verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde, evenals de gemachtigde van de verweerder. Een tolk was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu het beroep inhoudelijk is behandeld en een uitspraak is gedaan, het treffen van een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep inhoudelijk is behandeld.