ECLI:NL:RBDHA:2024:17789
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn te verlengen vanwege onderduiken op grond van artikel 29 lid 2 van Pro de Dublinverordening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de hoofdzaak behandeld op 22 oktober 2024, waarbij verzoekster niet is verschenen.
Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in zaaknummer NL24.26843, waardoor de voorlopige voorziening overbodig werd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier L.W.M. van de Wijdeven, en is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat gelijktijdig op het beroep is beslist.