De rechtbank Den Haag heeft op 17 oktober 2024 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 3 november 2025 en de machtiging tot uithuisplaatsing in een pleegzorgvoorziening tot 3 mei 2025. De minderjarige verblijft sinds augustus 2023 in een pleeggezin en ontwikkelt zich daar goed. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, is momenteel onvoldoende in staat om de zorg- en opvoedtaken op zich te nemen, mede door onzekerheid over haar woonomstandigheden en haar zwangerschap.
De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de maatregelen en motiveerde dit met het belang van stabiliteit voor de minderjarige en het lopende perspectiefonderzoek dat begin januari 2025 wordt afgerond. De moeder wil graag samen met de minderjarige in een moeder-kindhuis geplaatst worden en heeft verweer gevoerd tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Zij volgt een behandelingstraject en zal wekelijks afspraken bijwonen om terugval te voorkomen.
De kinderrechter acht thuisplaatsing momenteel niet in het belang van de minderjarige en benadrukt het belang van een ouderschapsplan met heldere afspraken over bezoekmomenten tussen de minderjarige en zijn ouders. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.