Eiser, van Turkse nationaliteit, diende in september 2022 een asielaanvraag in vanwege zijn vermeende banden met de Gülenbeweging. Hij stelde dat hij sinds 2016 vervolgd werd en een uitreisverbod had. De minister wees de aanvraag in juli 2024 af, stellende dat eiser onvoldoende geringe indicaties had geleverd voor een reëel vervolgingsgevaar.
De rechtbank behandelde het beroep in september 2024 en concludeerde dat de aangehaalde bronnen en jurisprudentie geen zodanige afwijking van het landenbeleid lieten zien dat het beleid onverbindend verklaard moest worden. Hoewel Gülenaanhangers als risicogroep worden erkend, heeft eiser niet concreet aangetoond dat hij persoonlijk een actueel risico loopt.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit onvoldoende gemotiveerd was, maar de rechtbank vond dat het algemeen ambtsbericht geen aanwijzingen gaf dat terugkeer voor eiser gevaarlijk is. Zijn eerdere detentie en uitreisverbod zijn opgeheven, en hij kon zonder problemen vertrekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.