ECLI:NL:RBDHA:2024:17695

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 september 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.34285
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in zaak vreemdelingenbewaring eiseres

Eiseres is op 28 augustus 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft abusievelijk een afzonderlijk dossier voor haar aangemaakt en haar uitgenodigd voor een zitting op 9 september 2024, waar zij niet aanwezig was vanwege een geplande uitzetting naar Polen. De gemachtigde van eiseres heeft zich afgemeld en schriftelijke gronden ingediend.

De minister stelde dat er geen beroepschrift was ingediend voor eiseres, waardoor het beroep niet-ontvankelijk zou zijn. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat zij niet bevoegd is om over de zaak van eiseres te oordelen, aangezien het beroep alleen was ingesteld tegen de bewaring van haar moeder en minderjarige zusje, geregistreerd onder een ander zaaknummer. Er is geen contact opgenomen met de gemachtigde om na te vragen of ook tegen de maatregel voor eiseres beroep werd ingesteld.

De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep van eiseres wegens het ontbreken van een geldig beroepschrift.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.34285
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. L.S. Hartog).

Inleiding

Op 28 augustus 2024 heeft de minister eiseres in vreemdelingenbewaring (bewaring) gesteld, op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
De rechtbank heeft een dossier aangemaakt voor de zaak van eiseres en heeft eiseres uitgenodigd voor een zitting.
De rechtbank heeft de zaak van eiseres op 9 september 2024 om 10.20 uur op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres was niet aanwezig, omdat zij op 9 september 2024 zal worden uitgezet naar Polen om 11.40 uur. De gemachtigde van eiseres heeft schriftelijk gronden ingediend en heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres stelt dat zij de Belarussische nationaliteit heeft en dat zij is geboren op [geboortedatum] 2005.
2. De rechtbank beantwoordt eerst de vraag of zij bevoegd is om over de zaak van eiseres te oordelen.
3. De gemachtigde van de minister heeft ter zitting opgemerkt dat er in de zaak van eiseres geen beroepschrift is geüpload en heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.
4. De rechtbank volgt de minister hierin. Eiseres is samen met haar moeder en minderjarige zusje in bewaring gesteld, maar aan haar is een afzonderlijke maatregel van bewaring opgelegd. De gemachtigde heeft beroep ingesteld tegen de maatregel van
bewaring die is opgelegd aan de moeder en het minderjarige zusje van eiseres. Dat beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.34020. Uit het beroepschrift blijkt niet dat de gemachtigde ook beroep wilde instellen tegen de maatregel van bewaring die is opgelegd aan eiseres. De rechtbank heeft ook geen contact opgenomen met de gemachtigde om dit na te vragen. Wel heeft de rechtbank abusievelijk een dossier aangemaakt voor eiseres en haar ten onrechte uitgenodigd voor de zitting.
5. Het voorgaande betekent dat de rechtbank niet bevoegd is om kennis te nemen van de zaak van eiseres.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 september 2024

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.