Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 1 oktober 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Poolse vreemdeling, op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de bewaring onterecht was omdat hij in Polen geen hulp zou krijgen voor zijn drugsprobleem en zijn verzoek tot intrekking van de ongewenstverklaring niet kon indienen.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel rechtmatig is opgelegd. De minister heeft terecht gewezen op het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt en de uitzettingsprocedure belemmert. De zware en lichte gronden voor bewaring, waaronder het niet op de juiste wijze binnenkomen van Nederland en een eerder opgelegd inreisverbod, zijn niet betwist en voldoende gemotiveerd.
De rechtbank stelt vast dat eiser zelf verantwoordelijk is voor het zoeken van hulp in Polen en dat het niet aannemelijk is dat die hulp ontbreekt. Ook is de maatregel niet onevenredig bezwarend. De ambtshalve toetsing bevestigt dat de bewaring op geen moment onrechtmatig was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.