ECLI:NL:RBDHA:2024:17639
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende binding met land van herkomst
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf om een referent in Nederland te bezoeken. De minister wees deze aanvraag af op grond van onvoldoende aantoonbare binding met Marokko en redelijke twijfel over het voornemen om het Schengengebied tijdig te verlaten.
De rechtbank toetste het besluit terughoudend en oordeelde dat eiseres onvoldoende sociale en economische binding met haar land van herkomst heeft aangetoond. Zij heeft geen eigen gezin in Marokko, onvoldoende bewijs geleverd van zorgplicht voor haar moeder, en geen substantieel inkomen of werk in Marokko kunnen aantonen.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht twijfelde aan het terugkeerperspectief en dat de afwijzing van het visum terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van het visum wegens onvoldoende binding met Marokko.