ECLI:NL:RBDHA:2024:1762

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 februari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
NL23.36107
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 4 HandvestArt. 17 lid 1 Dublinverordening (EU) nr. 604/2013
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.

De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat verweerder zich terecht op het interstatelijk vertrouwensbeginsel heeft gebaseerd. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, noch dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Franse asielprocedure of opvang die een reëel risico vormen op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.

Ook de stelling dat eiser geen adequate opvang of rechtsbijstand in Frankrijk zou ontvangen, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank achtte geen bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig die overdracht aan Frankrijk onevenredig hard maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

zaaknummer: NL23.36107 1

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36107
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S.H.M. Maas).

Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser
niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling
daarvan.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 1 februari 2024 op zitting behandeld in Breda. Eiser heeft zich laten
vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn
gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak
gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder er in het algemeen van uitgaan
dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het ligt daarom op de weg van eiser om
aannemelijk te maken dat Frankrijk dit niet doet. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich
terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser daarin niet is geslaagd.
zaaknummer: NL23.36107 2
2. Eiser heeft geen informatie overgelegd die aanleiding geeft voor het oordeel dat er in Frankrijk
sprake is van aan het systeem gerelateerde structurele tekortkomingen van de asielprocedure en de
opvangvoorzieningen die ernstige op feiten berustende gronden vormen om aan te nemen dat eiser een
reëel risico zal lopen op een behandeling in de zin van artikel 3 van Pro het EVRM [1] dan wel artikel 4 van Pro
het Handvest. [2] De enkele stelling dat eiser in Frankrijk geen adequate opvang heeft genoten of zal
genieten, is onvoldoende. Daarbij merkt de rechtbank op dat eiser in Frankrijk geen asielaanvraag
heeft ingediend en dus niet uit eigen ervaring kan verklaren over de opvangvoorzieningen. Ook de
stelling van eiser dat zijn rechten als asielzoeker in Frankrijk zullen worden geschonden vanwege het
ontbreken van rechtsbijstand is niet onderbouwd en wordt daarom niet gevolgd.
3. Met het claimakkoord garandeert Frankrijk dat een asielaanvraag van eiser in behandeling zal
worden genomen en dat zijn situatie zal worden beoordeeld met toepassing van de verschillende
Europese richtlijnen op het gebied van asielrecht. Dat geldt zowel voor de behandeling van zijn
asielaanvraag, de rechtsbijstand als de opvangvoorzieningen.
4. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder in wat eiser naar voren gebracht heeft, in
redelijkheid geen bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig heeft hoeven achten die maken
dat overdracht van eiser aan Frankrijk van een onevenredige hardheid getuigt. Verweerder heeft de
asielaanvraag dan ook niet onverplicht aan zich hoeven trekken op grond van artikel 17, eerste lid, van
de Dublinverordening. [3]
5. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan in het openbaar op 1 februari 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in
aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
2.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
3.Verordening (EU) nr. 604/2013.