ECLI:NL:RBDHA:2024:17615

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 oktober 2024
Publicatiedatum
29 oktober 2024
Zaaknummer
24.19708
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking opvolgend beroep vreemdelingenzaak

De rechtbank Den Haag behandelt het verzoek van verzoeker om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Dit verzoek volgt op de intrekking van het opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag.

Verzoeker had op 25 september 2023 een beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag van 14 mei 2022. De rechtbank had dit beroep op 10 januari 2024 gegrond verklaard en een beslistermijn van zestien weken opgelegd, met een dwangsom van maximaal €7.500,- bij niet-naleving.

Het opvolgend beroep werd op 7 mei 2024 ingediend, terwijl de maximale dwangsom nog niet was bereikt. Volgens het landelijk beleid van 25 maart 2020 is een dergelijk opvolgend beroep niet ontvankelijk als het wordt ingesteld voordat de maximale dwangsom is volgelopen. De minister heeft uiteindelijk op 5 september 2024 beslist.

De rechtbank oordeelt dat door de niet-ontvankelijkheid van het opvolgend beroep geen sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond en doet zij uitspraak zonder zitting.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het opvolgend beroep niet ontvankelijk was en er geen sprake is van tegemoetkomen door de minister.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.19708
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Overwegingen

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om de minister te veroordelen in de vergoeding van verzoekers proceskosten. Het verzoek is ingediend nadat verzoeker zijn opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingetrokken. De minister heeft op
5 september 2024 op de aanvraag van verzoeker beslist.
2. Omdat het verzoek als kennelijk ongegrond wordt afgewezen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
4. Verzoeker heeft eerder, op 25 september 2023, beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag van 14 mei 2022 (NL23.30402). Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in de uitspraak van 10 januari 2024 dat beroep gegrond verklaard en een beslistermijn van zestien weken opgelegd. Wanneer de minister hier niet aan voldeed verbeurde hij een dwangsom van € 100,- per dag, met een maximum van € 7.500,-.
5. De rechtbank overweegt dat volgens het landelijk beleid van 25 maart 2020 een opvolgend beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk wordt verklaard, als het is ingesteld voordat de maximale dwangsom is volgelopen. [1] Verzoeker heeft onderhavig opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen ingediend op 7 mei 2024. Op dat moment was de maximale dwangsom nog niet volgelopen.

Conclusie en gevolgen

6. Nu er geen sprake zou zijn geweest van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank met de beslissing van de minister van 5 september 2024 geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/beleidslijn-beroepen-niet-tijdig-vr.pdf.