ECLI:NL:RBDHA:2024:17557
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Syriër wegens gebrek aan reëel risico op ernstige schade
Eiser, een Syriër afkomstig uit Suweida, vroeg op 2 september 2024 asiel aan in Nederland. Hij vreesde vervolging door milities en gedwongen militaire dienstplicht in Syrië. Verweerder wees de aanvraag op 16 september 2024 af als kennelijk ongegrond en legde een terugkeerbesluit en inreisverbod op.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 17 oktober 2024. Eiser voerde aan dat zijn terugkeer naar Syrië medisch noodzakelijk was en dat hij een reëel risico liep op ontvoering en vervolging. Verweerder betwistte dit en stelde dat de vrijwillige terugkeer en het bezit van een paspoort met lange geldigheid duidden op vervulling van de dienstplicht en geen reëel risico.
De rechtbank oordeelde dat de vrijwillige terugkeer en het ontbreken van onderbouwing voor de dienstplicht en milities de vrees ongeloofwaardig maken. Ook het ontbreken van documenten en het feit dat eiser legaal in- en uitreist, ondersteunen dit oordeel. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan connexiteit. De rechtbank kende een proceskostenvergoeding toe aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.