ECLI:NL:RBDHA:2024:17553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens aannemen Pakistaanse nationaliteit ondanks betwisting
Eiser, die stelt Rohingya te zijn, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de minister wees dit af wegens het bezit van een Pakistaans paspoort. Eiser betoogde dat dit paspoort vals is en dat hij geen Pakistaanse nationaliteit bezit, onder meer vanwege bilaterale afspraken tussen Saoedi-Arabië en Pakistan en de situatie van Rohingya.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het paspoort frauduleus is verkregen. Eiser heeft geen contact gezocht met de Pakistaanse autoriteiten om zijn nationaliteit te verifiëren, wat volgens jurisprudentie vereist is. De minister mocht daarom uitgaan van de geldigheid van het paspoort en de Pakistaanse nationaliteit.
Verder achtte de rechtbank de door eiser aangevoerde internationale jurisprudentie niet relevant voor deze zaak, omdat er geen conflict tussen staten bestaat. De rechtbank vond ook dat de minister terecht artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 toepaste wegens het afstaan van het paspoort en het verstrekken van onjuiste informatie.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.