ECLI:NL:RBDHA:2024:17532

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 oktober 2024
Publicatiedatum
28 oktober 2024
Zaaknummer
22/7271
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep bestuursrecht

Verzoeker heeft zijn beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden ingetrokken nadat het college aan het beroep tegemoet is gekomen met een besluit van 26 september 2024. Verzoeker verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling van het college. De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren, waarbij het college stelde dat verzoeker geen aanspraak maakt op vergoeding van proceskosten omdat hij geen professionele rechtsbijstand heeft ingeschakeld.

De rechtbank oordeelt dat hoewel het college aan het beroep tegemoet is gekomen, er geen aanleiding is om het college te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en er is geen bewijs van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarom wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

De rechtbank wijst er wel op dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Verzoeker wordt geadviseerd zich hiervoor rechtstreeks tot het college te wenden. De uitspraak is gedaan door rechter C.J. Waterbolk en griffier W. Goederee op 23 oktober 2024.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen professionele rechtsbijstand is ingeschakeld en geen proceskosten zijn aangetoond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/7271

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Leiden, het college

(gemachtigden: mr. K. Bergacker, mr. B.A. van de Ven en F.V. Silva de Jesus).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het college van 1 november 2022. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het college met het besluit van 26 september 2024 aan het beroep is tegemoetgekomen.
1.1.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat eiser geen aanspraak op vergoeding van proceskosten heeft, omdat hij geen gebruik heeft gemaakt van professionele rechtshulp.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Moet het college de proceskosten van verzoeker vergoeden?
4. Het college is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
5. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.