ECLI:NL:RBDHA:2024:17499

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 oktober 2024
Publicatiedatum
28 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.31506
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:55d Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft op 25 oktober 2023 een asielaanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. Nadat eiser op 24 juli 2024 de minister in gebreke stelde wegens het niet tijdig beslissen, diende hij op 9 augustus 2024 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.

De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 6:2 Awb Pro het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit. Volgens artikel 6:12 Awb Pro kan een beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit pas worden ingediend nadat een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen en twee weken zijn verstreken. Uit het dossier blijkt echter dat de minister al op 30 mei 2024 een besluit heeft genomen op de asielaanvraag van 25 oktober 2023, vóór de ingebrekestelling van 24 juli 2024.

Daarom is de ingebrekestelling niet geldig en ontbreekt het eiser aan procesbelang bij het beroep. De rechtbank ziet geen aanleiding om de minister alsnog te verplichten een besluit te nemen. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.31506

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer], [nummer]
(gemachtigde: mr. E. Arslan),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
4. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
5.
Eiser heeft op 25 oktober 2023 een asielaanvraag gedaan. Op 24 juli 2024 heeft eiser de minister in gebreke gesteld en vervolgens op 9 augustus 2024 een beroep niet tijdig beslissen ingediend.
6. Uit het dossier blijkt dat de minister reeds op 30 mei 2024 een besluit heeft genomen op eisers aanvraag van 25 oktober 2023. Gelet hierop is de ingebrekestelling van 24 juli 2024 niet geldig, heeft eiser geen procesbelang in onderhavig beroep en is er voor de rechtbank geen aanleiding om conform artikel 8:55d, van de Awb te bepalen dat de minister alsnog een besluit op de aanvraag dient te nemen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
T.H. Bos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.