Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. S.M. Hampsink, griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 21 oktober 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen de afwijzing van zijn aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van artikel 8 EVRM Pro en nareis.
Eiser stelde dat hij de minderjarige zoon is van referent en wilde herenigd worden met zijn moeder. De minister wees de aanvragen af omdat eiser geen documenten kon overleggen die zijn identiteit, waaronder naam, geboortedatum en minderjarigheid, aannemelijk maakten. Hoewel DNA-onderzoek bevestigde dat eiser de zoon van referent is, was dat onvoldoende om zijn volledige identiteit vast te stellen. Daarnaast waren er tegenstrijdige verklaringen van eiser, referent en diens zoon over eisers identiteit.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de identiteit niet aannemelijk achtte, mede vanwege het ontbreken van betrouwbare documenten en de inconsistenties in verklaringen. De minister had eiser wel de gelegenheid gegeven zijn identiteit nader toe te lichten, maar dit leverde onvoldoende duidelijkheid op. De rechtbank volgde de minister en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de afwijzing van de mvv-aanvragen in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvragen blijft in stand.