ECLI:NL:RBDHA:2024:17367
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen hoogte compensatie kinderopvangtoeslag jaren 2008-2011
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de hoogte van de compensatie die haar is toegekend voor de jaren 2008 tot en met 2011 in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Verweerder had eerder een compensatiebedrag vastgesteld van €113.276, dat in een later besluit werd verhoogd tot €128.470, onder meer door aanpassingen in rentevergoeding, vergoeding juridische hulp en immateriële schade.
De rechtbank heeft tijdens de zitting op 8 oktober 2024 de standpunten van partijen gehoord. Eiseres betwistte de berekening van het compensatiebedrag, met name vanwege het loonbeslag, verrekeningen en haar plaatsing op de FSV-lijst. Verweerder stelde dat het compensatiebedrag juist was vastgesteld volgens de artikelen 2.2 en 2.3 van de Wht.
De rechtbank oordeelde dat het loonbeslag, verrekeningen en de FSV-lijst niet meegenomen kunnen worden bij de compensatieberekening op grond van de Wht. Voor eventuele aanvullende schade kan eiseres zich wenden tot de Commissie Werkelijke Schade. De rechtbank vond de berekening van verweerder voldoende onderbouwd en zag geen aanleiding om het compensatiebedrag te verlagen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter M.D. Gunster op 1 november 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de compensatie wordt ongegrond verklaard en het compensatiebedrag van €128.470 blijft ongewijzigd.