Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 8 oktober 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet. De maatregel was gebaseerd op meerdere zware gronden, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland en het onttrekken aan toezicht.
Eiser voerde aan dat zijn identiteit en nationaliteit reeds bekend waren uit eerdere procedures en dat hij geen risico op onttrekking vormde, mede omdat hij zijn asielwens direct had geuit en medewerking verleende. De rechtbank oordeelde echter dat eiser zijn persoonsgegevens niet met documenten onderbouwde en dat de maatregel noodzakelijk was om zijn identiteit officieel vast te stellen.
De rechtbank achtte de zware gronden 3a en 3b feitelijk juist en vond het risico op onttrekking voldoende onderbouwd. De stelling van eiser dat hij kwetsbaar is en daarom een lichter middel toegepast had moeten worden, werd niet gevolgd. De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.