ECLI:NL:RBDHA:2024:17288
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-plakverzoek verblijfsvergunning
De zaak betreft een verzoeker die een asielaanvraag indiende bij de Minister van Asiel en Migratie. De minister heeft op 16 september 2024 besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 21 oktober 2024, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoeker niet verscheen vanwege verhindering.
Gezien de uitspraak in een gerelateerde zaak (NL24.36242) waarin het beroep is behandeld, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.