ECLI:NL:RBDHA:2024:17282

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2024
Publicatiedatum
24 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.2821
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet tijdig besluit

Verzoekers, allen van Syrische nationaliteit, dienden op 7 december 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na het uitblijven van een besluit stelden zij in 2023 beroep in, waarop de rechtbank Zwolle het beroep gegrond verklaarde en de minister een nieuwe beslistermijn van acht weken oplegde met een dwangsom bij overschrijding.

Verzoekers dienden op 25 januari 2024 een tweede beroep in tegen het niet tijdig beslissen, terwijl de maximale dwangsom nog niet was bereikt. Volgens het landelijk beleid van 25 maart 2020 is een opvolgend beroep in zo’n situatie niet-ontvankelijk. De minister besloot uiteindelijk op 30 augustus 2024 de aanvraag van verzoekers toe te wijzen, waarna verzoekers het beroep introkken en proceskostenvergoeding vorderden.

De rechtbank oordeelt dat het tweede beroep niet ontvankelijk was en er geen sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.2821

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

geboren op [geboortedatum]
V-nummer: [nummer] ,
allen van Syrische nationaliteit, eisers,
(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister.

Inleiding

Verzoekers hebben op 7 december 2022 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinsleden bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
Verzoekers hebben tegen het uitblijven van een besluit een beroepschrift ingediend. Bij uitspraak van 28 september 2023 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, het beroep van verzoekers gegrond verklaard (NL23.28225). De rechtbank heeft de minister opgedragen om binnen acht weken een besluit op de aanvraag bekend te maken.
Op 25 januari 2024 hebben verzoekers wederom een beroep ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag.
Bij besluit van 30 augustus 2024 heeft de minister aanvraag van verzoekers ingewilligd.
Verzoekers hebben vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.
Overwegingen
1. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dat is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
4. Verzoekers hebben eerder, in 2023, beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op hun aanvraag van 7 december 2022. Deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, heeft in een uitspraak van 28 september 2023 dat beroep gegrond verklaard en de minister een nieuwe beslistermijn van acht weken opgelegd. Wanneer de minister hier niet aan voldoet verbeurt hij een dwangsom van € 100,- per dag, met een maximum van € 7.500,-.
5. De rechtbank overweegt dat volgens het landelijk beleid van 25 maart 2020 een opvolgend beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk wordt verklaard als het is ingesteld voordat de maximale dwangsom is volgelopen. [1] Verzoekers hebben het tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen ingediend op 25 januari 2024. Dat betekent dat de maximale dwangsom nog niet was volgelopen.
6. Nu er geen sprake is van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/beleidslijn-beroepen-niet-tijdig-vr.pdf.