ECLI:NL:RBDHA:2024:17263
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opvolgende rechterlijke machtiging verblijf cliënt met onduidelijke diagnose en zorgbehoefte
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van drie maanden voor een cliënt met een licht verstandelijke beperking en een schizo-affectieve stoornis. Cliënt verblijft in een accommodatie van Ipse de Bruggen en ervaart ernstig nadeel door haar aandoeningen, waaronder wanen, somberheid en suïcidaal gedrag.
Cliënt gaf aan dat de huidige medicatie onvoldoende werkt en zij liever in een GGZ-instelling verblijft. Haar advocaat pleitte voor afwijzing van de machtiging of nader onderzoek naar de diagnose en behandeling, gezien onduidelijkheid en onvrede over de huidige zorg. Diverse betrokkenen, waaronder behandelcoördinator, basisarts en mentor, bevestigden de complexe problematiek en het ontbreken van perspectief op een passende plek.
De rechtbank constateerde dat de voorliggende diagnose onduidelijk is en dat de zorgbehoefte niet helder is vastgesteld. Daarom beveelt zij op grond van artikel 38 lid 6 Wzd Pro een onderzoek door een onafhankelijke deskundige aan die cliënt en haar medische voorgeschiedenis zal beoordelen en advies zal uitbrengen over de juiste diagnose, zorgbehoefte en passende accommodatie.
De opvolgende machtiging voor verblijf wordt verleend tot 7 januari 2025, met de verplichting dat de deskundigenrapportage uiterlijk 17 december 2024 wordt ingediend. De verdere behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot een nader te bepalen zitting.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende machtiging tot verblijf en beveelt een onafhankelijk onderzoek naar de diagnose en zorgbehoefte.