ECLI:NL:RBDHA:2024:17092

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 september 2024
Publicatiedatum
22 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.28212
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op bezwaarschrift

Verzoekster diende een bezwaarschrift in bij verweerder, de Minister van Buitenlandse Zaken, waarop niet tijdig werd beslist. Hierdoor startte verzoekster een beroep bij de rechtbank. Op 24 juli 2024 nam verweerder alsnog een besluit op het bezwaarschrift, waarna verzoekster haar beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelde dat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog een beslissing te nemen tijdens het beroep. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep het bestuursorgaan veroordelen in proceskosten.

Gezien het lichte gewicht van de zaak, het beperkte belang en het inschakelen van een professionele hulpverlener, bepaalde de rechtbank de proceskostenvergoeding op € 437,50. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoekster. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka op 30 september 2024.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.28212
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], V-nummer: [V nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. Y. Mateo Diaz),
en

de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van verzoekster, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaarschrift.
Op 24 juli 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het bezwaarschrift.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Verweerder heeft niet op dit verzoek gereageerd.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop heeft verweerder beslist op het bezwaarschrift van verzoekster. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing op bezwaar te nemen. De rechtbank veroordeelt verweerder ter zake daarom in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een verzoek in te dienen. De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 0,5, omdat deze zaak van licht gewicht is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in dit geval sprake is van een verzoek tot proceskostenveroordeling, waarbij het – al dan niet in geld uit te drukken – belang beperkt is en de aard van de zaak eenvoudig is. Dat geeft aanleiding om ten aanzien van het in onderdeel C1 van de bijlage bij het Bpb opgenomen gewicht van de zaak één categorie lager te hanteren dan ‘gemiddeld’. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het verzoek, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5). Er zijn geen overige kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 september 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.