Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van 24 juli 2024 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling heeft genomen, omdat Oostenrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter overweegt dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.29563) een voorlopige voorziening niet meer nodig is en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.