ECLI:NL:RBDHA:2024:17027
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek schadefonds geweldsmisdrijven wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser diende op 21 augustus 2018 een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens een poging tot doodslag op 26 mei 2018. Deze aanvraag werd op 8 februari 2019 afgewezen omdat eiser al een schadevergoeding van de verdachte zou hebben ontvangen, een besluit waartegen geen bezwaar werd gemaakt.
Op 17 november 2023 verzocht eiser om herziening van dit eerdere afwijzende besluit. Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. Eiser stelde dat rechterlijke uitspraken in strafprocedures aantoonden dat hij geen schadevergoeding had ontvangen, wat volgens hem nieuwe feiten vormde.
De rechtbank oordeelde dat rechterlijke uitspraken geen nieuwe feiten zijn en dat eiser zijn betoog eerder had kunnen aanvoeren. Er waren geen feiten of omstandigheden die tot een andere beschikking konden leiden. Ook was de weigering van herziening niet evident onredelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.